Eigen haard is goud waard

Hieronder volgt een gedeelte van een hoofdstuk uit het boek van R.J. de Theye. Het geeft een aardig beeld over de vorming en werking van de stichting 'Klein Bezit', de historische voorloper van stichting 'Eigen Heim'.

Beheerders van de Boerenleenbank namen het initiatief tot oprichting. Wie zijn beter in de gelegenheid om de sterke drang naar het verwerven van eigen huis en erf te leren kennen die leeft in een brede groep van de arbeiders. Door hard werken en zuinig leven weet deze categorie arbeiders een aardige som geld over te houden. Op huwbare leeftijd, soms ook later, willen ze een huisje bouwen of een reeds bestaand aankopen. De Boerenleenbank wordt dan verzocht om de nog ontbrekende bouw- of kooppenningen te verschaffen als hypotheek of voorschot. Zo leerden de beheerders van de Westervoortse Boeren- leenbank dit soort arbeiders kennen en waarderen. En daarom namen zij het initiatief om het verkrijgen van een eigen woning te vergemakkelijken en meer stelselmatig te bevorderen.

In 1928 besloten mensen uit de kring van de Boerenleenbank met afgevaardigden van de Westervoortse boeren- en arbeidersorganisatie tot samenwerking over te gaan. Het resultaat was de oprichting van 'Klein Bezit'. De Stichting had tot doel de landarbeiderswet toe te passen. Ze bepaalt dat iedere landarbeider, die een 'plaatsje' (een huis met erf) wil stichten daarvoor een voorschot, in de vorm van een hypotheek, kan krijgen tot 90% der stichtingskosten. Het plaatsje mag niet meer kosten dan fl. 4000,- en de stichter zelf moet minstens 10% van de stichtings- kosten bijdragen. Het geleende geld behoort terugbetaald te worden in een 30-jarige annuiteit van 5.11% perjaar.

Aan het hoofd van de Stichting 'Klein Bezit' kwam een Bestuur van 7 leden. Het vroeg en verkreeg van de Boerenleenbank fl.100,- om daarmee het Stichtingsfonds te funderen. Al spoedig zag het Bestuur uit naar een goed gelegen bouwterrein. Nog in hetzelfde jaar gelukte het een terrein te verwerven, groot 1.90 ha, gunstig gelegen ten opzichte van de dorpskom. In 1929 kon worden overgegaan tot het bouwrijp maken van het terrein. De Stichting legde een weg aan en zette 10 bouwpercelen uit, elk ongeveer 1750 m2 groot, die een prijs moesten opbrengen van fl.1045,- per perceel. Al dadelijk kwamen de gegadigden zich melden. In oktober. en november. 1929 werden de eerste percelen uitgegeven, waarna de nieuwe eigenaars zo spoedig mogelijk tot aanbesteding en bouwen van hun woning overgingen. Weldra verschenen ook gegadigden die geen landarbeiders waren in de zin van de wet, want slechts voor hen, die van landarbeid een hoofdberoep maken is de wet bedoeld. Was het mogelijk ook hen toe te laten? Desgevraagd besliste het Ministerie van wel, mits van ieder verkocht perceel 1/10 deel van het aankoopvoorschot zou worden teruggestort in de Rijkskas. Zulke bouwers ontvingen ook geen voorschot tot betaling der bouwkosten. Ze moesten uit andere middelen putten: eigen geld, voorschot van familie of bank, en in één geval een voorschot van de gemeente tot een bedrag van 85% der stichtingskosten.

Het laatste perceel werd uitgegeven in april 1931. In enkele maanden was het gehele terrein verkaveld en overgedragen aan 6 landarbeiders en 4 niet-landarbeiders. Een sprekend resultaat. Het bestuur van 'Klein Bezit' mocht constateren dat haar opzet juist was geweest. Natuurlijk had het niet aan ongeluksprofeten ontbroken die van de aanvang af sombere voorspellingen lanceerden. Mensen, die niet geloofden aan de hogere aspiraties en capaciteiten van de arbeiders. De bestaande toestand van bezitloosheid van velen beschouwden zij als natuurlijk en onafwendbaar. Niet allen die zo spraken waren belangeloos, maar hun luid verkondigde mening had toch twijfel gewekt. Daarom was dit beginsucces voor 'Klein Bezit' van zoveel waarde. Tien eigen woningen in 1,5 jaar in een gemeente met 2500 inwoners.

In september 1931, slechts enkele maanden na de uitverkoop van het eerste bouwterrein, gelukte het een tweede te verwerven. Het was een terrein van 4 ha. groot, dat nog beter dan het eerste bij de dorpskom aansloot. Het werd gekocht voor fl.20.000,-. Weldra kwamen de gegadigden toestromen; in overgrote meerderheid niet-landarbeiders. Het gemeentebestuur besloot aan gegadigden een gemeentelijk voorschot te verlenen tot 85% der stichtingskosten. Minder dan de helft der bouwers heeft daarvan gebruik gemaakt. In 2 jaar verkocht de Stichting alle percelen en toen telde de gemeente weer ongeveer 30 eigen woningen meer. Dit tweede succes overtuigde nog meer dan het eerste. Er was een nieuwe straat ontstaan, de Vredenburgstraat.

Er moest weer gekocht worden voor verdere uitbreiding. Het is lang niet altijd gemakkelijk goed bouwterrein, niet te ver van de dorpskom, te verwerven. Toch is 'Klein Bezit' ook voor de derde maal goed geslaagd, en later nog een vierde en vijfde maal. Dat is zeker voor een deel toe te schrijven aan de goodwill die de stichting zich had weten te verwerven. Er was 'n sfeer van toeschietelijkheid gevormd. De wetenschap dat het land niet met speculatieve bedoelingen wordt aangekocht, maar om de weinig kapitaalkrachtigen te helpen, maakt veelal de deur bij de verkoper gemakkelijker open.

Zo kon in april 1933 'Klein Bezit' het prachtige perceel 'Het Slag' verwerven. Echter niet geheel, want de middelen lieten dat niet toe. 'Klein Bezit' kon toen namelijk niet meer rekenen op een Rijksvoorschot. Daarvoor was ze van de legale weg, die de landarbeiderswet voorschrijft, te ver afgeweken. Later had dat nog andere gevolgen.

In 1935 waren weer een 15 tal woningen verrezen en het terrein was weer op. Aankoop van de tweede helft van het Slag kwam aan de orde. Maar het Bestuur had haar oog tevens laten vallen op een ander stuk grond aan de Rijksweg, dat toebehoorde aan de Sint Nicolai Broederschap. Het Bestuur meende genoeg gedaan te hebben voor arbeiders en kleine mensen, om het recht te hebben ook een woonwijk te stichten voor wat beter gesitueerden. In een Bestuursvergadering, die alle leden nog zal heugen, werd het stoutmoedig besluit genomen beide percelen tegelijk aan te kopen. Naar de toestemming van de Sint Nicolai Broederschap was al geïnformeerd.

De tweede helft van het Slag werd weer vlot verkocht. Er verrezen een 10-tal woningen op. Het complex aan de Rijksweg werd op andere wijze verkaveld. De stichting vormde bouwblokken met een diepte van 30 m. De breedte langs de weg moest minstens 20 m bedragen. Ook dit terrein ging vlot van de hand. Maar toen brak helaas de oorlog uit. Die legde èn aan de Rijksweg èn aan het Slag de werkzaamheden stil. Het perceel aan de Rijksweg heeft misschien het meest de aandacht getrokken, hoewel de percelen ten Zuiden van de spoorlijn ongetwijfeld belangrijker zijn. Het plantsoentje langs de Rijksweg, dat de Stichting heeft aangelegd en dat door de gemeente wordt onderhouden, siert de omgeving op. Bij het uitbreken van de oorlog waren hier een 12-tal woningen verrezen; later zijn er nog enkele bijgekomen.

Per saldo had de Stichting in 1940 ongeveer 12 ha grond verkaveld en weer verkocht. Dat is 120.000 m2. Tachtig woningen waren toen in totaal verrezen. Enkele perceeltjes bleven nog onbebouwd.Intussen dreef niet meer 'Klein Bezit' de zaken, maar de Stichting 'Eigen Heim'. Het Ministerie kon zich er niet mee verenigen dat een 'Stichting volgens de Landarbeiderswet' zover buiten haar statuten handelde. Het Ministerie waardeerde het verrichte werk, maar meende dat de zaken moesten worden gescheiden. Dat gebeurde vanaf 1 Januari 1937. Er werd voor beide Stichtingen een afzonderlijke administratie gevoerd. In 1940 zijn 'Eigen Heim' en 'Klein Bezit' ook juridisch gescheiden. Ze hebben echter tot heden hetzelfde Bestuur.

In 1939, 1940 en 1941 heeft 'Eigen Heim' telkens nog percelen bijgekocht. In totaal ongeveer 6 ha. Het mooie werk, eerst van 'Klein Bezit' en later van 'Eigen Heim' heeft na de oorlog geruime tijd stil gelegen.




Terug naar boven